Bitterzout magazijn

Bitterzout magazijn

Inleiding
Het ten zuiden van de westvleugel gelegen MAGAZIJN (nummer 4 op bijbehorende kaart) met AFTAKKEND SPOORTRACEE is gebouwd in 1926 naar een ontwerp van J.M. van den Bosch van de Centrale Bouwafdeling ENKA. Van den Bosch is tevens verantwoordelijk voor het ontwerp van het oude carré en de westvleugel. Het magazijn is opgetrokken in een stijl die daarmee overeenkomt en wordt gekenmerkt door een rationele opzet met strak horizontaal en verticaal gelede gevels voorzien van enkele sober uitgevoerde expressionistische details. De totale bouwkosten werden geraamd op 67.628 gulden.
Het gebouw is oorspronkelijk gebouwd als bitterzoutmagazijn (magnesiumsulfaat), maar heeft daarnaast in de vroege jaren veertig ook dienst gedaan als cellulosemagazijn. Vanaf de jaren vijftig werd deze voor opslag van chemicaliën gebruikt. Chemicaliën en cellulose waren van groot belang voor de vervaardiging van kunstzijde. Uit de chemische reactie tussen gezwavelde cellulose en loog ontstond een viscosestroop, die verhardde wanneer ze door een zuurbad werd geleid. Na veel experimenteren lukte het om hieruit een draad te spinnen met vergelijkbare eigenschappen als natuurzijde. Langs de zuidelijke en noordelijke langsgevels liepen oorspronkelijk twee van het centrale spoorwegemplacement afgetakte spoorlijnen voor de op- en overslag van grondstoffen. Vanuit de oostgevel van het magazijn liep een transportband helemaal naar de zuurkelder aan de zuidzijde van het oude carré.

BOEi – Jan van Dalen
Gemert

Omschrijving
Het voormalige bitterzoutmagazijn beslaat een rechthoekige plattegrond en telt twee bouwlagen onder een plat dak, gelegd met bitumen. Het heeft een vergelijkbare gevelindeling als de westvleugel, waarbij gemetselde lisenen de bouwmassa verticaal geleden in een volume van 15 traveeën lang en 3 traveeën diep. Hoek- en tussenlisenen steken boven de dakrand uit en zijn afgewerkt met betonnen piramidekoppen. De gevels worden horizontaal geleed en verlevendigd door een decoratief gemetselde tandlijst, een betonnen dekplaat ter afdekking van de dakrand, maar vooral door langs beide langsgevels lopende los- en laadperrons met bovengelegen luifels om een droge overslag mogelijk te maken. Perrons, evenals een toeleidend steektrapje, zijn uitgevoerd in gewapend beton, voorzien van ijzeren stootrand en ondersteund door dwarse, uitkragend opgemetselde bakstenen muurtjes. Luifel van houten plankdelen, gelegd met bitumen en geschraagd door een spantconstructie van geklonken profielijzers. Per travee onder betonnen lateien een groene, dubbele rolpoort voorzien van panelen en daarboven twee witgeschilderde houten negenruiters met anderhalfsteens strekken en bakstenen afzaten. Alle deuropeningen in de zuidgevel zijn aan de binnenzijde dichtgemetseld. Kopgevels overeenkomstig gedetailleerd, maar vooral voorzien van vensters (vier per travee) als voornoemd. Langs de zuidzijde is het spoortracee nog aanwezig met aan weerzijden de aanzetten. De indeling van het interieur is vrijwel ongewijzigd en bestaat uit enkele grote, open ruimten. De houten zoldering, afgewerkt met wit gepleisterd steengaas, wordt ondersteund door verschillende, geklonken vollewand vakwerkliggers met diagonaal wandstavenpatroon (V-liggers). Vloer nu belegd met Stelcon-platen. Bovenlangs de langsgevels restanten van een transportsysteem.

Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed – Licentie CC-0 (1.0)


Deel deze pagina